Krimpen en zwellen

Onder het ‘werken’ van hout verstaat men het krimpen en zwellen van luchtdroog hout als gevolg van normale veranderingen in de relatieve vochtigheid. Wanneer het hout vanaf het vezelverzadigingspunt nog meer vocht kwijtraakt moet dit dus uit de celwanden komen, waardoor deze gaan vervormen. Het hout gaat dan krimpen. Wanneer hout beneden het vezelverzadigingspunt daarentegen vocht opneemt gaat het zwellen. De snelheid en de sterkte van deze vormveranderingen zijn afhankelijk van de houtsoort.

Het vezelverzadigingspunt

Krimp en zwel komen in hout alleen voor beneden het vezelverzadigingspunt. Boven het vezelverzadigingspunt blijft de omvang van het stuk hout hetzelfde bij wisselende vochtgehalten. Het vezelverzadigingspunt varieert voor de verschillende houtsoorten tussen 20 en 36%. Als gemiddelde waarde neemt met vaak 27%. Om grote krimp te voorkomen, moet het hout worden gedroogd tot een vochtgehalte dat hetzelfde is als de gemiddelde relatieve vochtigheid van de omgeving waarin het komt te verkeren.

Richting van krimpen en zwellen

Richting van krimpen en zwellen

Het krimpen en zwellen van hout vindt niet in alle richtingen van het hout in even sterke mate plaats. De krimp in de lengterichting (richting van de vezels) is in de praktijk meestal te verwaarlozen. Loodrecht op de vezelrichting is de krimp groter, waarbij in de richting evenwijdig aan de groeiringen (tangentiale richting) het hout ongeveer tweemaal zoveel krimpt en zwelt als in de richting van de stralen (radiale richting). Deze verhouding kan voor verschillende houtsoorten zeer sterk uiteenlopen.

In het algemeen werken zwaardere houtsoorten meer dan lichtere. Het werken van het hout is verder sterk afhankelijk van groeispanningen en onregelmatigheden in het hout. Het resultaat kan zijn; kromtrekken, torsie of scheuren. Als gevolg van het weer en de seizoenen staat hout meestal bloot aan een veranderende relatieve luchtvochtigheid en dus aan krimp en zwel. Een typisch voorbeeld is de deur die klemt in een vochtig seizoen en weer normaal functioneert in een drogere periode.

Maak een showroom afspraak!

Houten vloerdelen en luchtvochtigheid

Wanneer u houten vloerdelen gaat leggen, dient u dus rekening te houden met de luchtvochtigheid van de ruimte. De ideale luchtvochtigheid ligt tussen de 45 en 65%. Deze kunt u afmeten met behulp van een hygrometer. Bij het leggen van een massief houten vloer wordt er altijd rekening gehouden dat het hout blijft werken. Daarom wordt er langs de kanten altijd een ruimte overgelaten (zwelruimte) zodat de vloer zich altijd kan aanpassen aan de luchtvochtigheid binnen de ruimte. Wanneer de luchtvochtigheid in de ruimte waar uw massieve planken ligt te hoog wordt, kan de vloer zo extreem gaan uitzetten dat de massieve planken vloer vast tussen de muren komt te zitten met als gevolg dat de vloer bol gaat staan.

Bij een te hoge luchtvochtigheid binnen uw ruimte dient u er voor te zorgen dat er goed geventileerd wordt en dat de temperatuur in de ruimte waar de vloer ligt, hoger is dan de temperatuur buiten. Wanneer de luchtvochtigheid in de ruimte waar de massieve houten vloer ligt te laag is kunt u deze op peil houden door een luchtbevochtiger aan te schaffen. Een kenmerk van een te lage luchtvochtigheid is dat de vloer in de werkende breedte gaat krimpen. Bij een lage luchtvochtigheid kan uw vloer ook geluid maken wanneer men de vloer betreedt.